Altijd is Kortjakje ziek
Ellen Boonstra-de Jong & Anne Jongstra
Scriptum 2007
ISBN 978 90 5594 545 0
223 pag.
€ 16,00
Verpleegkundige en pedagoge De Jong stelde samen met historicus Jongstra een fotoboek samen dat een beeld geeft van honderd jaar gezondheidszorg in Nederland. Korte tekstjes verbinden de verschillende hoofdstukken met titels als 'Dokters en Verpleegsters', 'Pillen en Poeders' en 'Het mes erin'.
Altijd is Kortjakje ziek gaat vooral over de openbare gezondheidszorg en het algemeen ziekenhuis. De zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, de geestelijke gezondheidszorg en de verpleeghuissector blijven ietwat onderbelicht. Desalniettemin is het plezierig bladeren in de bundel. De foto's tonen hoe Nederland - en daarmee ook de gezondheidszorg - de afgelopen eeuw is veranderd. Eind 19e, begin 20e eeuw lag de nadruk op het beheersen van de epidemieën die toen heersten, zoals TBC (de ‘vliegende tering') en de Spaanse griep waaraan in 1918 27 duizend Nederlanders stierven. Op fraaie zwart-wit prenten zien we hoe met toewijding vaccins worden bereid en huizen worden ontsmet en hoe de gezondheidsdienst de melk keurt. Allengs wordt de bevolking ook het belang bijgebracht van een goede gezondheid en hygiënische maatregelen ('reinheid') die daaraan moeten bijdragen, onder meer om de hoge zuigelingensterfte te beteugelen. Wijkverpleegkundigen en consultatiebureaus spelen een centrale rol. Ook aan de andere twee elementen van de befaamde trits, de regelmaat en de rust, worden hoofdstukken gewijd.
Het geheel biedt een aardige staalkaart van hoe het was en van de dingen die voorbijgaan. Hoewel, soms keert iets weer terug. In het boek staat een foto van twee heren die beide een degelijk herenrijwiel berijden. Tussen de fietsen is een metalen constructie gemonteerd met daarop een brancard: een ambulance uit het begin van de twintigste eeuw. Honderd jaar later, juli 2008, is de stad Utrecht trots op de primeur van de fietsambulance, bedoeld voor spoedeisende hulp in het moeilijk bereikbare centrum van de stad. Trots mogen ze zijn, een primeur is het dus niet.