Interculturalisatie in de Jeugd-GGZ
Wat speelt er?
R. Beunderman e.a. (red.)
Van Gorcum 2007
ISBN 90 232 4290 4
203 pag.
€ 29,50
Sinds enkele jaren organiseren instellingen voor Jeugd-GGZ in de regio Amsterdam bijeenkomsten rond het thema interculturalisatie. Reden is de ervaring dat, hoewel de Nederlandse hulpverlening voor jeugdigen behoorlijk is gespecialiseerd, kinderen van allochtone komaf nog tussen de wal en het schip vallen omdat de zorg voor hen onvoldoende is afgestemd op hun wensen en behoeften. Bijdragen aan die themabijeenkomsten zijn nu in Intercuturalisatie in de Jeugd-GGZ gebundeld en beschikbaar voor een groter publiek.
Het thema is natuurlijk relevant in grootsteedse gebieden met veel allochtone jeugd. In Amsterdam bijvoorbeeld is meer dan de helft van de jongeren allochtoon.
De psychiatrische problemen die deze jongeren hebben worden vaak nog ingewikkelder dan ze al zijn doordat de Nederlandse hulpverlening nogal eens autonomiebevordering op het menu heeft staan. Dat is voor veel niet-Nederlandse jeugdigen een heikele zaak, gelet op hun socialisatie waarin zij leren dat deel uitmaken van een groep essentiëler is dan autonome individualisering. Daarnaast moeten deze jongeren manoeuvreren tussen (vaak) tegengestelde verwachtingen en eisen van verschillende actoren zoals gezin, religie, samenleving, school of hulpverlening. Die hulpverlening wordt ook nogal eens bemoeilijkt door de communicatiekloof tussen cliënt en hulpverlener: er worden verschillende talen gesproken. Soms letterlijk. Niet voor niets gaan twee bijdragen over het werken met tolken.
Het boekje heeft iets van een gevarieerde koekjestrommel. Er worden uiteenlopende projecten belicht, zoals behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking, ouder-baby behandeling in migrantengezinnen, websites voor Marokkaanse meisjes met depressieve klachten, emotionele problemen bij jongeren in Nickerie, Suriname.
Bij een dergelijke diversiteit wordt een overkoepelende, analyserende inleiding die alles in perspectief plaatst, node gemist. Ook zijn er nogal wat bijdragen waarin op zich interessante ontwikkelingen beschreven worden, die echter vooral een ‘trial and error' karakter lijken te hebben. Hulpverleners proberen met vallen en opstaan de kloof tussen zorg en cliënt op sensitieve wijze te overbruggen. Er wordt een programma ontwikkeld maar of het effectief is blijft in veel gevallen vaag. Een enkele bijdrage gaat wel expliciet over de mate van effectiviteit. Daarin wordt geconstateerd dat er in ieder geval drie bewezen effectieve interventies zijn voor de doelgroep. Een daarvan is het voor verpleegkundigen interessante Nurse Family Partnership Program for Low Income Mothers (zie voor meer info http://www.voorzorg.info/). De vraag die dit oproept is hoe het toch komt dat implementatie van bewezen effectieve methoden in de praktijk zo moeizaam verloopt en dat overal, maar zonder samenhang, goedbedoelde modellen en programma's ontwikkeld worden.
Kortom, een bundel vol rijp en groen, over een actueel onderwerp, en boeiend om kennis van te nemen.